Je vraagt ChatGPT een logo, je bent tevreden, je vraagt één kleine aanpassing en je krijgt een compleet ander logo terug. Dat probleem wil OpenAI oplossen met ChatGPT Images 2.6, dat op 4 november 2026 uitkwam. Nieuw zijn GIF’s, opgeslagen referentiebeelden van jezelf, je huisdier of een personage, en voor developers twee modellen in de API, GPT-Image-2.6 Flare en Sunburst, die volgens OpenAI 50 procent sneller werken. Wat OpenAI er niet bij zegt: de prijs per token bleef gelijk, maar een beeld in lage kwaliteit verbruikt in 2.6 ruim vier keer zoveel tokens als in 2.5. Wie veel goedkope beelden maakt, betaalt dus fors meer. We zetten op een rij wat er echt verandert, wat het kost en hoe je in een kwartier test of je personage in scène vijf nog op scène één lijkt.
Wat je in ChatGPT nieuw krijgt
Images 2.6 zit sinds 4 november in ChatGPT en volgens OpenAI ook in Codex, zijn codeeragent, voor alle abonnementen en op web, desktop en gsm. Gebruikers op Hacker News meldden wel dat de Codex-opdrachtregel op dag één nog geen GIF’s kon maken. OpenAI zegt dat mensen intussen ruim 4 miljard beelden per week maken in ChatGPT, Codex en de API, een miljard meer dan in september. Dat is grofweg één beeld per twee mensen op aarde, elke week.
Twee functies springen eruit.
- GIF’s. Je typt een prompt (“maak een gif van een dansende kat”) of je geeft een foto, een schets of een mascotte, en ChatGPT maakt er een korte lus van. Je kan de snelheid aanpassen en afzonderlijke frames bewerken. Technisch is het geen video: het model tekent een reeks frames van hetzelfde personage en plakt die als een flipboekje achter elkaar. In de API zijn dat standaard 9 frames van 200 milliseconden, samen 1,8 seconde.
- Opgeslagen referentiebeelden. Je bewaart één keer een beeld van jezelf, je hond of een personage en gebruikt dat daarna in nieuwe prompts zonder het opnieuw te uploaden. Tot nu moest je bij elke scène de foto opnieuw meegeven en hopen dat Biscuit nog op Biscuit leek. Waar ChatGPT die beelden bewaart en hoeveel je er kan opslaan, staat niet in de documentatie die we konden nakijken.

Twee modellen in de API, Flare en Sunburst
Developers krijgen twee modellen, dezelfde opdeling als bij Images 2.5 van september. Het tempo ligt hoog: Images 1.5 kwam in december 2025, Images 2.0 met redeneren in het beeldmodel in april, 2.5 in september en 2.6 nu, in nog geen elf maanden dus vier versies. GPT-Image-2.6 Flare is gebouwd voor snelheid en voor lay-outs zoals posters en productbeelden; in lage kwaliteit maakt het een beeld “in amper zes seconden”, zegt OpenAI. GPT-Image-2.6 Sunburst mikt op meer detail en op bewerkingen die consistent blijven, in medium of hoge kwaliteit. Beide modellen draaien op de Image API (generations en edits) en kosten per token evenveel: 8 dollar per miljoen beeldtokens in, 30 dollar per miljoen uit en 5 dollar per miljoen teksttokens, volgens de prijspagina van OpenAI. Opvallend: 2.5 staat ook in de Batch-tabel aan halve prijs, 2.6 niet.
Daarbovenop komen drie dingen die je in ChatGPT misschien al kende, maar nu ook in de API zitten.
- Image markup. In plaats van te typen “maak het logo op de mouw kleiner, nee, de ANDERE mouw”, teken je een cirkel op een transparante PNG die je als annotatielaag meestuurt. Het model past alleen daar iets aan. Markup kan niet samen met een masker, en de annotatie moet exact even groot zijn als het eerste beeld.
- SVG-export. Je vraagt
output_format: "svg"en krijgt een vectorbestand: vormen als instructies in plaats van pixels, dus scherp op elke grootte en door een ontwerper nog te bewerken. Het model maakt eerst een gewoon referentiebeeld en laat daar een taalmodel een SVG van schrijven; je betaalt beide. Eén SVG per oproep, alleen bij generatie en niet bij edits, geen scripts of ingesloten foto’s. Hoe goed dat werkt met fotorealistische beelden konden we niet nagaan, dus probeer het eerst met een logo. - Complexity. Een nieuwe instelling, los van
quality, die bepaalt hoeveel het model plant voor het tekent:low,mediumofhigh, standaardhigh. OpenAI raadtlowaan voor snelle, gerichte bewerkingen zoals een achtergrond of een bord vervangen, enmediumofhighvoor drukke scènes met veel tekst, lay-out en onderlinge relaties. Meer plannen kost geen extra geld, maar wel tijd, en het kan ongevraagde wijzigingen opleveren, waarschuwt de documentatie.
Sneller, maar niet goedkoper
De prijs per token is identiek aan die van 2.5. Toch kost een beeld meer, en dat zie je pas in de tokencalculator van OpenAI zelf. In de code van die calculator staat voor gpt-image-2.6 een vermenigvuldiger: ×4,2 voor low, ×3,3 voor medium, ×1 voor high, xhigh en max. Developers op Hacker News maten het na met echte usage-cijfers en kwamen op vrijwel dezelfde tokens uit, één of twee tokens verschil. Voor een vierkant beeld van 1024 op 1024 pixels geeft dat het volgende.
| Kwaliteit | 2.5 (tokens, prijs) | 2.6 (tokens, prijs) | Verschil |
|---|---|---|---|
| low | 196 · $0,006 | 823 · $0,025 | ×4,2 |
| medium | 439 · $0,013 | 1.449 · $0,043 | ×3,3 |
| high | 1.756 · $0,053 | 1.756 · $0,053 | gelijk |
| xhigh | 3.122 · $0,094 | 3.122 · $0,094 | gelijk |
| max | 7.024 · $0,211 | 7.024 · $0,211 | gelijk |
Een goedkope draft kost dus niet meer een halve cent, maar tweeënhalve cent. Wie per dag duizend lage-kwaliteitsbeelden genereert, gaat van 6 naar 25 dollar. Eén developer die zijn tijden noteerde, zag wel waar de winst zit: een medium beeld duurde met 2.5 twaalf seconden en met 2.6 nog acht, een low beeld 6,7 seconden. De “50 procent sneller” klopt in die meting en 6,7 seconden komt in de buurt van de beloofde zes, maar je betaalt die snelheid in tokens. Vanaf high verandert er niets.

Hoe goed is het, volgens de eerste cijfers en gebruikers
OpenAI publiceerde bij de lancering geen benchmarks en geen vergelijking met concurrenten. Arena, dat beeldmodellen laat beoordelen in blinde duels, zette de nieuwe modellen op 4 november op zijn bord: Sunburst (medium) staat tweede met 1.409 punten, Flare (medium) vierde met 1.384, en beide draaien volgens Arena bijna twee keer zo snel als 2.5. Ter vergelijking: eind oktober stond 2.5 Sunburst op datzelfde bord op 1.427 punten, als nummer één. De nieuwe modellen scoren op medium-kwaliteit dus niet hoger dan hun voorganger, ze zijn vooral sneller. Op het Arena-overzicht staan ook Nano Banana 2.1 van Google (6 oktober) en Microsofts MAI-Image-2.7-Preview (27 oktober, alleen op de ranglijst voor bewerkingen), de twee recentste concurrenten op het bord.
De eerste gebruikers zijn kritischer dan de aankondiging. In de Hacker News-draad met ruim 180 reacties noemt een ontwikkelaar van beeldtools de GIF-frames “vlekkerig” en zegt een andere dat je met een apart first-frame-last-frame-videomodel beter af bent voor professioneel werk. Een bouwer van een prompt-naar-design-site rolde na een uur testen terug van 2.6 Flare naar 2.5 Flare, omdat de nieuwe versie te simplistisch tekende. Voor SVG blijkt dat je een extra taalmodel moet opgeven (svg.model), iets wat niet in de documentatie staat, en de resultaten waren “niets spectaculairs”. Meerdere mensen storen zich aan het zichtbare watermerkpatroon van de GPT-Image-2-modellen, waar Googles SynthID vrijwel onzichtbaar is. En wie een GIF vanop zijn gsm deelt, krijgt een link naar chatgpt.com met een stilstaand beeld in plaats van het bestand zelf. Op het ontwikkelaarsforum van OpenAI merkte iemand op dat de documentatie de modellen hier en daar nog “2.5” noemt en dat de parameter prompt_rewriter wel in de spec staat maar een foutmelding geeft.
Google had GIF’s al een jaar
De GIF-functie is geen primeur. Google liet Gemini al in oktober 2025 GIF’s maken met Nano Banana, en bij Nano Banana 2.1 van 6 oktober 2026, de opvolger van Nano Banana 2, kwam daar een avatar uit één foto bij die je als vast personage in nieuwe scènes zet, precies wat OpenAI nu “referentiebeelden” noemt. In de documentatie van de Gemini-API staan GIF en SVG dan weer niet als uitvoerformaat; daar is OpenAI vandaag de enige van de grote spelers. Qua prijs liggen ze dicht bij elkaar: een 1K-beeld van Nano Banana 2.1 kost 3,4 dollarcent, een medium beeld van 2.6 kost 4,3 cent en een high beeld 5,3 cent.
Wat Images 2.6 wel voor het eerst doet, is al die stukken in één werkbank zetten: referenties, markup, GIF, SVG en een regelaar voor de planning. Of dat de “verander één ding, verander alles”-frustratie wegneemt, hangt niet van die lijst af maar van wat je in je eigen test ziet.
Wat je als Belgisch bedrijf nog even nakijkt
Twee punten die niet in de aankondiging staan. Een opgeslagen referentiebeeld van een collega, een klant of je kinderen is een persoonsgegeven onder de AVG; voor een mascotte of een product geldt dat niet. Leg dus vast wie welke referenties bewaart en vraag toestemming voor gezichten. En sinds 2 augustus 2026 geldt artikel 50 van de AI Act: wie een deepfake van een echte persoon verspreidt, moet dat duidelijk zeggen, en aanbieders moeten AI-beelden machineleesbaar markeren. Een realistische GIF van je echte CEO die danst valt daaronder, een GIF van Biscuit niet. OpenAI zet al sinds 2024 C2PA-metadata in zijn beelden; of die ook in de GIF- en SVG-bestanden zit, konden we niet verifiëren.
De test die je vandaag doet
Je hoeft geen benchmark te lezen om te weten of 2.6 iets voor jou verandert. Doe dit, in ChatGPT of via de API.
- Sla één personage op als referentie: je mascotte, je product of je hond.
- Vraag vijf scènes die echt verschillen: op kantoor, in de regen, als lijntekening, op een poster met tekst, en als GIF van drie seconden.
- Vraag tussendoor twee kleine bewerkingen, één met markup (“alleen de halsband rood”) en één gewoon in tekst.
- Leg scène vijf naast scène één. Zelfde oren, zelfde vlek, zelfde verhoudingen?
- Herhaal de poster met
complexity: lowenhighen kijk of de tekst en de lay-out verbeteren. Hoe je zo’n prompt het best opbouwt, staat in onze samenvatting van OpenAI’s prompting guide voor beeldmodellen.
Lijkt scène vijf nog op scène één, dan houdt de belofte van OpenAI stand en is de hogere tokenprijs het waard, want je hoeft niets drie keer opnieuw te maken. Lijkt hij er niet op, dan helpt 50 procent sneller weinig: je betaalt dan vier keer meer per beeld om dezelfde afbeelding drie keer te regenereren. Wie in de API nog op 2.5 zit en vooral low of medium gebruikt, heeft voorlopig geen reden om te wisselen; wie high of hoger draait, krijgt de snelheid gratis.

Veelgestelde vragen
Zit Images 2.6 ook in het gratis abonnement van ChatGPT?
Ja, OpenAI zegt dat het wereldwijd uitrolt voor alle abonnementen. De uitrol is geleidelijk, dus het kan een paar dagen duren voor je de GIF-knop ziet, en hoeveel beelden je per dag mag maken verschilt per abonnement.
Hoe lang kan een GIF zijn?
In de API kies je 2 tot 64 frames van 20 tot 2.000 milliseconden elk; standaard 9 frames van 200 milliseconden, dus 1,8 seconde. Alle frames samen moeten binnen het pixelbudget van het model passen, dus lange GIF’s worden klein. In ChatGPT zelf publiceerde OpenAI geen limieten.
Is de API duurder geworden?
Per token niet, per beeld wel bij low (×4,2) en medium (×3,3). Bij high, xhigh en max kost een beeld exact hetzelfde als bij 2.5. De 2.5-modellen blijven voorlopig beschikbaar.
Wat is het verschil tussen quality en complexity?
quality bepaalt hoeveel detail het model rendert (low tot max) en dus het aantal tokens. complexity bepaalt hoeveel het model vooraf plant (low, medium, high) en kost geen extra tokens, alleen tijd.
Kan ik een SVG bewerken met markup?
Nee. SVG werkt alleen bij generatie, niet bij edits, en een SVG kan je ook niet als invoer meegeven. Wil je een vectorlogo aanpassen, vraag dan een nieuwe generatie of bewerk het bestand in Illustrator of Figma.
Wat je van deze update onthoudt
Images 2.6 is minder een nieuw model dan een nieuwe werkbank: wat Google en de hobbyisten al deden met frames in een raster, zit nu netjes als knop in ChatGPT en als parameter in de API. De échte verandering voor wie betaalt, staat niet in de aankondiging maar in de calculator. Lees die eerst, doe dan de test met vijf scènes, en pas dan beslis je of Biscuit verhuist.





